Kleine meloen en watermeloen kweken: dit zijn de beste rassen

Kleine meloen en watermeloen kweken: dit zijn de beste rassen
Kleine meloen en watermeloen

Wist je dat er kleine meloen en watermeloen soort zijn die het beter doen in ons Nederlandse klimaat? Want eigenlijk is het niet altijd warm genoeg voor meloen in ons land, je moet er daardoor vroeg bij zijn wanneer je in de buitenlucht meloen wilt kweken. En dan valt het niet mee om ze volledig te laten volgroeien, of de zomer is alweer achter de rug. De oplossing is kleine meloen kweken of kleine watermeloen kweken. Minder grote planten en eerder meloen die volledig volgroeid zijn.

In dit artikel laat ik je zien hoe je meloen en watermeloen kweekt en dan vooral met de focus op kleine meloen soorten. Ik zal je kennis laten maken met de beste kleine meloen soorten om zelf te kweken.

Kleine watermeloen in wording
Kleine watermeloen in wording

Wat zijn de beste klein meloen en kleine watermeloen soorten om te kweken?

Meloen outdoor Wonder F1
Meloen outdoor Wonder F1

Er zijn ontzettend veel verschillende soorten meloenen en watermeloenen. Maar niet allemaal zijn ze even geschikt voor ons klimaat. Wanneer je in een kas meloen kweekt is het in ons klimaat nog wel te doen, het seizoen is dan langer en de temperaturen lopen in de zomer verder op. Maar wanneer je buiten kweekt is het verstandig om met kleine meloen rassen te werken. Die zijn eerder volgroeid en daardoor heb je meer kans van slagen. Dit zijn wat ons betreft goede kleine meloen en watermeloen rassen om zelf te kweken.

TuinTuin
  • Mini watermeloen ‘Mini Love’: dit is mooie kleine watermeloen die gemiddeld ongeveer 10 tot 15 cm groot zal worden. De basis van de meloen is groen van kleur met daarop wit tot geel achtige streep patronen. Weinig pitten en een goede groeier die tegen een regenbui kan.
  • MeloenCharentais’: Charentais is een lekker zoet smakende meloen met oranjekleurig vruchtvlees. Het is een klein blijvende meloen die het goed doet in ons Nederlands klimaat.
  • Watermeloen ‘Sugar Baby’: Deze watermeloen wordt wel wat groter dan de watermeloen ‘Mini Love’, maar zeker niet overdreven groot. Hooguit de grote van een voetbal. Zelf al eens een jaar in potten gekweekt van 10 liter zelfs dat lukte maar de oogst was daardoor niet meer dan 3 watermeloenen per plant.
  • Meloen ‘Outdoor Wonder F1’: De naam doet al vermoeden dat dit ras geschikt is voor de buitenteelt, en dat is zeker waar. Deze meloenen worden zo groot dat je ze met één hand in je handpalm kunt vasthouden. Lekkere zoete meloenen die ook op een beschutte plek in de tuin het goed doen.
  • Meloen ‘Artemis F1’: Deze meloen wordt weer net een stapje groter, maar nog steeds niet overdreven groot. Artemis is een goed ras wat in de professionele kweek veel wordt toegepast door haar resistentie tegen ziekten.

De voordelen van kleine watermeloen ten opzichte van meloen

Watermeloenen hebben een stevige schil die minder gevoelig is voor vocht. Daardoor is het gemakkelijker om watermeloen in de buitenlucht te kweken dan meloen. Meloenen hebben gewoon eerder last van regen en vocht. Bij meloenen trekt het water als het ware in de schil, terwijl het bij watermeloenen van de schil af loopt. Watermeloen kweken is wat dat betreft dus net iestje makkelijker in de buitenlucht.

Wanneer kun je watermeloen en meloen het beste zaaien?

Zowel voor kleine watermeloen als kleine meloen rassen geldt dat je het beste kunt zaaien vanaf begin april. En dat doe je gewoon binnen, want voor buiten zaaien is het nog te vroeg, dat zou pas vanaf mei kunnen. Het voordeel wat je hebt om in april alvast te zaaien is dat je al kleine meloenplanten hebt begin mei, die je na ijsheiligen kunt uitplanten in een grote moestuinbak, grote pot of gewoon direct in de moestuin (of tuin).

Hoe zaai je meloen en watermeloen?

Wanneer je vaker op deze website lijst, heb je ondertussen vast al door dat ik een groot voorstander ben van het gebruik van voorzaaien in vermiculiet. Ook meloen en watermeloen zaai ik zelf graag voor in pure vermiculiet, gewoon in een bakje op de vensterbank. Voor meloen en watermeloen vul ik dat bakje met een laag van 4 tot 5 cm pure vermiculiet wat ik goed vochtig maak. Zelfs zo vochtig dat wanneer je de vermiculiet in je hand neemt en er in knijpt dat het vocht uit de vermiculiet loopt.

Vervolgens maak ik gaatjes van ongeveer een halve tot 1 cm diep, daar stop ik met gat één zaadje in. Zelf zaai ik meestal 3 meloenen gelijktijdig, in één bakje en zeker een cm of 5 of 6 uit elkaar. Bij drie zaden heb je altijd wel 2 of vaak 3 meloen plantjes, terwijl je bij slechts 1 zaadje zaaien het risico loopt dat die toevallig net niet opkomt. Zelf voorkom ik dat liever omdat ik begin mei zeker wil weten dat ik een paar meloenplanten heb.

Houdt er rekening mee dat je nadat de meloen is opgekomen en de eerste twee bladeren heeft aangemaakt, de meloenplantjes zo snel mogelijk wilt overplanten naar een ongeveer 11 x 11 cm potje. Daar kan de meloen dan nog ongeveer 3 weken in groeien totdat je hem gaat uitplanten.

Wanneer plant je een meloen plant uit?

Meloen en watermeloen plantjes mag je uitplanten het liefste pas na ijsheiligen op 12 mei. Meloen en watermeloenen zijn een echte zomergroente die zeer slecht tegen kou kunnen. Het liefste plant je ze daardoor op een zo beschut mogelijke plek met zo veel mogelijk zonlicht. Hoe meer zonlicht de plant vangt, hoe beter en hoe eerder deze weer droog is na een regenbui.

Een meloenplant houdt niet van natte voeten, het is raadzaam om een meloen daardoor niet te diep te planten en nooit dieper dan waarin de meloen voorgezaaid was. Daar bedoel ik mee dat je de grond waar de steel uit komt nooit dieper in de grond moet stoppen. Het liefste laat je dat deel zelfs net ietsje boven de grond uit komen. Zo weet je zeker dat je meloenplant geen natte voeten krijgt.

Bemesting van een meloen

Alle meloenplanten, grote of kleine varianten, vragen om veel voeding. Meloenplanten zijn hongerige planten die je regelmatig moet voorzien van voedingsstoffen, ik doe dat zelf in de vorm van organische mestkorrels. Ik probeer iedere twee weken een klein handje per plant te geven, dat doe ik gewoon in bovenste grondlaag. Ik werk die grond een klein beetje in met mijn hand en besproei daarna direct met een gieter. Die korrels lossen vanzelf op wanneer je een aantal keren water hebt gegeven.

Wanneer je niet voldoende voeding geeft, zal de groei stil gaan staan en de ontwikkeling van meloenen zal zeer traag verlopen. Door het geven van extra organische mestkorrels zie je echt binnen een paar dagen al extra resultaat. De groei en aangroei van nieuwe scheuten lijken binnen twee dagen al op te starten. De plant start zelfs weer op wanneer deze uitgeput is en geen voeding meer over had. Je ziet dit laatste overigens ook aan de bladeren, die worden lichter van kleur en vaak ook geel.

Een meloen of watermeloen is een klimplant

Hoewel je een meloen of watermeloen niet speciaal hoeft te laten klimmen, raad ik het je wel aan. Het heeft niet alleen als voordeel dat de meloen de hoogte in groeit en daardoor minder ruimte in beslag neemt. Maar daarnaast ook als voordeel dat de plant eerder zal opdrogen na een regenbui. Een rek of klimrek gebruiken voor een meloenplant zie ik daardoor als een basisonderdeel voor en succesvolle kweek. Want ook optrekkend vocht zorg in de late zomer ervoor dat een meloenplant die op de grond groeit te lang nat blijft en daardoor meeldauw zal gaan stimuleren, en dat wil je natuurlijk zo lang mogelijk uitstellen.

Gebruik als klimrek een rek wat minstens 150 hoog wordt en het liefste zeker wel 80 cm breed. Een meloen heeft dat namelijk zo volgroeid, en dat levert je wellicht nog wat extra meloenen op.

Wat is de beste standplaats voor een meloenplant

Voor meloen is zonlicht en warmte het belangrijkste. Geef meloen en watermeloen daarom altijd de beste en warmste plek uit je tuin. Zelf plaats ik de meloenen die ik buiten zet tegen de muur aan, die warmt in de zon op en geeft nog eens extra warmte af, ook in de avond. Ik heb ze daar in diepe moestuinbakken staan met erachter een klimrek van 200 cm hoog.

Houdt ook rekening met vruchtwisseling en zorg ervoor dat je meloenen niet ieder jaar opnieuw in dezelfde bak of op dezelfde plek plaatst. Het liefste wissel je dat uit om ziekten, schimmels en bodemschimmels te voorkomen.

Uiteraard moet de plek zo droog mogelijk zijn, gezien een meloen niet houdt van natte voeten. Het liefste komt de zon op de standplaats dus makkelijk op de grond, waardoor de grond en ook de onderste bladeren goed kunnen drogen.

Verzorging van een meloenplant

De verzorging van een meloenplant is in ieder geval niet zo moeilijk. Er zijn een aantal zaken belangrijk, en dat zijn de volgende.

  • Zorg voor voldoende bemesting, gebruik daarvoor organische mestkorrels.
  • Geef voldoende water, maar nooit teveel. Giet water altijd direct bij de wortels en niet op of over de bladeren.
  • Geef bescherming tegen de zon wanneer de planten in mei net naar buiten gaan. Schijnt de gehele dag de zon, biedt dan de eerste keren dat dit gebeurt wat schaduw.

Meloenplanten snoeien

Meloen en watermeloen planten kun je snoeien, het is niet essentieel maar zorgt er wel voor dat je opbrengst verhoogt kan worden. Zie het een klein beetje zoals dieven bij normale tomatenplanten. Ik heb verschillende manieren geprobeerd, en moet eerlijk zeggen dat ik in de buitenlucht niet zo heel veel verschil merk. Ik denk dat dat komt doordat de omstandigheden in de buitenlucht natuurlijk net niet helemaal 100% zijn.

Wat ik het liefste doe is de meloenplanten na 4 of 5 echte bladeren te toppen. Met die bladeren bedoel ik dan de mooie gevormde meloenplant bladeren en niet de eerste twee ronde kiemblaadjes. Vervolgens kun je de hoofdranken die daaruit weer ontstaan afknippen op gewenste lengte. Ik probeer er twee omhoog te geleiden zo hoog mogelijk het rek in en twee naar de zijkanten van het rek. De zijscheuten die dan vervolgens uit die hoofdranken ontstaan knip ik af wanneer ze buiten het rek gaan groeien.

Zorg ervoor dat je niet gelijktijdig teveel meloenen per plant laat groeien. Zijn het er teveel, dan zullen de meloenen namelijk maar traag ontwikkelen en is de kans aanwezig dat je einde van het seizoen nog steeds maar amper een meloen hebt kunnen eten. In de buitenlucht raad ik je aan om al te stoppen bij 4 of 5 meloenen en de rest van de zijscheutjes die ontstaan af te snoeien. In de kas kun je er wel wat meer van maken, gezien je daar een langer seizoen hebt. Zelf probeer ik daarin 6 tot 8 aan te houden.

Geef een antwoord